Wat is dat, racketlon?

Racketlon is een meerkamp in racketsporten: bij racketlon nemen de spelers het achtereenvolgens tegen elkaar op in tafeltennis, badminton, squash en tennis. De sport is ontstaan in Scandinavië, maar wordt de laatste jaren ook in België steeds populairder.

Wedstrijdverloop

Tijdens elke racketlonwedstrijd speel je achtereenvolgens een set tafeltennis, een set badminton, een set squash en een set tennis tegen dezelfde tegenstander. In officiële tornooien gaat elke set tot 21 punten, maar wij spelen slechts tot 11. Na afloop van de vier disciplines worden alle punten opgeteld en wie cummulatief de meeste punten heeft gescoord, wint de wedstrijd. Hoeveel disciplines je gewonnen hebt, is dus eigenlijk niet van tel.

Een voorbeeldje om het allemaal iets aanschouwelijker te maken. Jan, een bedreven tafeltennisser, neemt het op tegen Willy, een ervaren badmintonner. De wedstrijd verloopt als volgt:

  1. In tafeltennis maakt Jan korte metten met Willy. Na enkele minuten trekt Jan het laken naar zich toe met 11-1.
  2. In badminton is het een stuk spannender. Na veel gezweet en gevloek haalt Willy het met 9-11.
  3. Het badmintonsucces heeft Willy duidelijk goed gedaan, want ook in squash is hij de meerdere van Jan. Willy wint met 6-11.
  4. De tennisset wordt een echte nagelbijter. Het is echter Willy die het beslissende punt met een listig dropshot binnenrijft: 10-11 voor Willy.

Na afloop van de tennisset tellen beide spelers al hun punten op. En wat blijkt: Jan haalt het van Willy met 36 (11+9+6+10) tegen 34 (1+11+11+11). Hoewel Willy in drie disciplines de meerdere was van Jan, is het dus Jan die met de eindoverwinning gaat lopen.

Regels racketlon

  • In officiële tornooien gaat elke set tot 21 punten, maar wij spelen slechts tot 11. Zo bekampt iedereen meer tegenstanders, wat het tornooi afwisselender maakt.
  • Elke set eindigt wanneer een van beide spelers 11 punten haalt. Ook bij 11-10 is de set dus gedaan, er worden geen verlengingen gespeeld.
  • Elke discipline wordt gespeeld volgens het rallypoint systeem. Dit betekent dat je altijd een punt kan scoren, ook al ben je niet aan de opslag.
  • Aan het begin van de eerste discipline (tafeltennis) wordt er getost. Wie de toss wint, kiest of hij al dan niet begint met opslaan. Bij de volgende disciplines is de eerste opslag telkens voor de speler die bij de voorgaande discipline als eerste heeft ontvangen.
  • De opslag wisselt om de twee punten. Bij de disciplines waarin je gekruist moet opslaan (badminton, squash, tennis) geef je de eerste opslag altijd van de rechterkant, de tweede van de linkerkant.
  • Bij tafeltennis, badminton en tennis wordt er van speelhelft gewisseld wanneer de eerste speler 6 punten haalt. Tijdens die kantwissel mag je ook 30 seconden rusten.
  • Tijdens de verschillende disciplines blijven de regels van de sport in kwestie gelden. Je vindt de meest relevante regels nog eens onderaan deze pagina.
  • Wanneer beide spelers na de tennis-set even veel punten getotaliseerd hebben, wordt er een beslissend tennispunt (een zogeheten gummiarm) gespeeld. Dat gaat als volgt:
    • Er wordt getost.
    • De speler die de toss wint, kiest of hij opslaat of niet. Bij een gummiarm heb je slechts één opslag.
    • Eén van beide spelers slaat op en het punt wordt gespeeld.
    • De speler die het punt wint, wint de wedstrijd.

Regels tafeltennis

  • De speler die de toss wint, mag kiezen wie opslaat.
  • Opslag:
    • De opslag moet niet gekruist zijn.
    • De opslag moet eerst op je eigen speelhelft botsen en dan op de speelhelft van je tegenstander.
    • Wanneer de bal tijdens de opslag het net raakt, wordt de opslag opnieuw gespeeld.
  • Ballen op de lijn zijn binnen.

Regels badminton

  • Er wordt niet opnieuw getost. De speler die bij tafeltennis eerst heeft opgeslaan, moet nu als eerste ontvangen.
  • Opslag:
    • De opslag moet gekruist zijn.
    • De opslag wordt onderhands gegeven, van achter de voorste lijn (servicelijn).
    • De opslag moet voorbij de voorste lijn (servicelijn) van de tegenstander vallen.
    • De shuttle mag het net raken, net zoals tijdens de rest van het spel.
  • In enkelspel tellen de achterste en de binnenste lijnen (zowel bij de opslag als in de rest van het spel).
  • Shuttles op de lijn zijn binnen.

Regels squash

  • Er wordt niet opnieuw getost. De speler die bij badminton eerst heeft opgeslaan, moet nu als eerste ontvangen.
  • Opslag:
    • De opslag moet gekruist zijn.
    • De opslag moet de voormuur raken boven de rode lijn in het midden van de voormuur.
    • Wie opslaat moet minstens één voet in het opslagvak houden.
    • Je mag zowel bovenhands als onderhands opslaan.
  • Bij elke slag moet de bal de voormuur raken, maar niet al eerste of laatste. Je mag de achtermuur of de zijmuren raken zoveel je wil.
  • Ballen op de lijn of op het hout (onderste lijn op voormuur) zijn buiten, ballen tegen het glas van de achtermuur zijn binnen.
  • Als je tegenstander in de weg staat moet je onmiddellijk stoppen met spelen. Het punt wordt dan opnieuw gespeeld.

Regels tennis

  • Er wordt niet opnieuw getost. De speler die bij squash eerst heeft opgeslaan, moet nu als eerste ontvangen.
  • Opslag:
    • Je hebt altijd twee opslagen, behalve bij de gummiarm.
    • De opslag wordt gegeven van achter achterste lijn en mag bovenhands of onderhands zijn.
    • De opslag moet gekruist zijn en landen in het opslagvak van de tegenstander (grote rechthoek achter het net).
    • Wanneer de bal het net raakt en binnen valt, wordt de opslag opnieuw gespeeld. Gaat de bal buiten, dan krijg je geen herkansing.
  • Tijdens het spel (na de opslag) mag de bal het net raken.
  • Ballen op de lijn zijn binnen.
  • Bij enkelspel tellen de achterste en de binnenste lijnen.